Vorige maand maakte ik kennis met een oude Iraanse man . Hij vertelde over zijn zoons, die ooit alledrie vastzaten. Op een dag kreeg hij bericht van de gevangenis dat zijn zoon Ali geëxecuteerd was en dat hij zijn lijk kon komen ophalen. Zo ging dat in de jaren tachtig.
In de gevangenis werd hij naar de koelruimte gebracht, waar het lijk onder een witte doek lag. Toen hij de doek terugsloeg, zag hij dat niet het lijk van Ali, maar dat van Hossein eronder lag. Hij schreeuwde: ‘Dit is mijn ándere zoon!’ De gevangenismedewerker zei: ‘O, sorry’, en leidde hem naar een ander lichaam. ‘Kijk, hier is ook Ali.’
Niet lang daarna werd ook zijn derde zoon geëxecuteerd.
Bij de meeste begraafplaatsen is een gebied speciaal bestemd voor geëxecuteerden. In de jaren tachtig gebeurde het ook vaak dat in één nacht veel mensen tegelijkertijd geëxecuteerd werden. Omdat het tijd kostte om de lijken één voor één aan de ouders te geven, werden ze allemaal in tegelijk in een massagraf begraven. Daarna werden de ouders geïnformeerd waar hun kinderen begraven waren. In dat speciale gebied mogen geen grafstenen of andere opvallende gedenktekens geplaatst worden. Ouders markeren de plaats waar hun kind begraven is meestal met een baksteen of een stuk hout.
Regelmatig wordt het gebied met een bulldozer schoongeveegd.
De man begroef zijn drie zoons in het gebied voor geëxecuteerden. Hij vertelde dat hij vaak naar hun graven ging, omdat hij dichtbij woonde. ‘Elke keer als de bulldozer was geweest, zette ik weer iets nieuws op de plaats waar mijn zoons lagen. Zo kon ik hun graf blijven herkennen. Voor veel anderen was dat moeilijk. Zij woonden in andere steden of dorpen en konden maar een keer per maand of twee maanden komen. Omdat de herkenningstekens dan verwijderd waren, wisten ze niet meer waar het graf van hun kinderen was.’
Op den duur kwamen de ouders eerst naar zijn huis en dan gingen ze samen naar de begraafplaats, waar de man de juiste plaatsen aanwees. ‘Ik deed het graag, ze waren mijn lotgenoten. Ik zag hoe diep hun verdriet was. Vaak herkende ik hen nauwelijks meer, omdat ze in korte tijd ongelofelijk oud waren geworden.’
Als ik ooit terugga naar Iran, zal ik hem vragen mij de begraafplaats te laten zien, de vlakke grond die geschikt is om een tulpenplein te worden.
In de gevangenis werd hij naar de koelruimte gebracht, waar het lijk onder een witte doek lag. Toen hij de doek terugsloeg, zag hij dat niet het lijk van Ali, maar dat van Hossein eronder lag. Hij schreeuwde: ‘Dit is mijn ándere zoon!’ De gevangenismedewerker zei: ‘O, sorry’, en leidde hem naar een ander lichaam. ‘Kijk, hier is ook Ali.’
Niet lang daarna werd ook zijn derde zoon geëxecuteerd.
Bij de meeste begraafplaatsen is een gebied speciaal bestemd voor geëxecuteerden. In de jaren tachtig gebeurde het ook vaak dat in één nacht veel mensen tegelijkertijd geëxecuteerd werden. Omdat het tijd kostte om de lijken één voor één aan de ouders te geven, werden ze allemaal in tegelijk in een massagraf begraven. Daarna werden de ouders geïnformeerd waar hun kinderen begraven waren. In dat speciale gebied mogen geen grafstenen of andere opvallende gedenktekens geplaatst worden. Ouders markeren de plaats waar hun kind begraven is meestal met een baksteen of een stuk hout.
Regelmatig wordt het gebied met een bulldozer schoongeveegd.
De man begroef zijn drie zoons in het gebied voor geëxecuteerden. Hij vertelde dat hij vaak naar hun graven ging, omdat hij dichtbij woonde. ‘Elke keer als de bulldozer was geweest, zette ik weer iets nieuws op de plaats waar mijn zoons lagen. Zo kon ik hun graf blijven herkennen. Voor veel anderen was dat moeilijk. Zij woonden in andere steden of dorpen en konden maar een keer per maand of twee maanden komen. Omdat de herkenningstekens dan verwijderd waren, wisten ze niet meer waar het graf van hun kinderen was.’
Op den duur kwamen de ouders eerst naar zijn huis en dan gingen ze samen naar de begraafplaats, waar de man de juiste plaatsen aanwees. ‘Ik deed het graag, ze waren mijn lotgenoten. Ik zag hoe diep hun verdriet was. Vaak herkende ik hen nauwelijks meer, omdat ze in korte tijd ongelofelijk oud waren geworden.’
Als ik ooit terugga naar Iran, zal ik hem vragen mij de begraafplaats te laten zien, de vlakke grond die geschikt is om een tulpenplein te worden.

Khawaran, de bekendste begraafplaats in de omgeving van Teheran.
Gezegd wordt dat hier duizenden mensen begraven zijn.